|
|
REISVERHAAL JOS DEJONGHE |
 |
Tenerife - Paysaje Lunar (maanlandschap) |
|
 |
Na de dolle rit van gisteren staat er vandaag een rustige wandeling op het programma. In de voormiddag naar Paysaje Lunar en in de namiddag naar de Barranco del Infierno. Maar opnieuw blijkt dat ik de rijtijd en de afstand vreselijk onderschat heb. Op de autoweg rijden we al babbelend de afrit Los Cristianos voorbij. Geen nood , volgens de kaart komen we er via de afrit San Isidro ook wel. Van San Isidro rijden we naar Granadilla de Abona. We staan een tijdje in de file. Dat kennen ze hier dus ook. Daarna gaat het richting Villaflor.
De geschiedenisboeken maken er geen melding van , maar volgens mij is deze weg hier nog aangelegd door Julius Caesar. En na hem is er geen enkele aanpassing meer gebeurd. Buiten een paar toeristen in een huurwagen komen we geen mens tegen. Nu, de Tenerifanen zullen wel weten waarom. Over de 12 Km doen wij zeker meer dan een halfuur. Even buiten Villaflor vinden we gemakkelijk de landweg naar "Lomo Blanco" . Het begin is moeilijk en even overweeg ik niet verder te rijden. Het is 7 km ver tot de parkeerplaats, en als de weg verder nog verslechterd wil ik mijn huurwagen niet riskeren (schade aan banden en bodemplaat is voor eigen rekening). Na een korte verkenning te voet , blijkt de weg geleidelijk te verbeteren en wagen we het erop. De kilometer is op Tenerife wel wat groter dan bij ons. Het wordt een lange stoffige rit tot de parkeerplaats. Plaats voor drie, vier auto's en een bord met vermelding van de mogelijke wandelingen. Van maanlandschap is hier nog geen sprake. Er vertrekt wel een goed aangegeven wandelpad en op het aanwezige bord staat duidelijk "Paysaje Lunar ". Het is ondertussen reeds bijna elf uur geworden. Toch gaan we op stap. Na 100 meter klimmen blijkt dat wij geen twintig meer zijn, _ maar reeds drie maal twintig gepasseerd_ en dat we op deze hoogte te snel van start zijn gegaan.
Even rusten en dan aan een kalmer tempo verder. De klim wordt niet meer zo steil en we vorderen goed. Beschrijven wat we zien is onbegonnen werk. Overal zien we andere gevolgen van lavastromen. Hier staan de dennen mooi groen, daar liggen nog versteende resten van ontwortelde bomen of struiken. Wat in de Ardennen een beekje zou zijn , is hier een gestolde lavastroom. Soms lijkt het erop dat men boven op de heuvel, ter wille van de toeristen , een camion vloeibare asfalt heeft laten naar beneden lopen. Na iets meer dan een uur komen we aan de gedeerde rotsformaties waaraan de site zijn naam te danken heeft. Waar de kleur tot nu toe overwegend naar de donkere kant was, worden we nu geconfronteerd met witte rotsen. Ik ben geen geoloog, maar het lijkt mij een soort verglaasd zand. Het voelt aan als schuurpapier. Een soort Cappadocin 't klein. Het filmen wordt een moeilijke onderneming. Steeds opnieuw komen wolkenslierten de rotsen in nevels hullen. We zitten hier op een hoogte van rond de 2000 meter. Maar komt de zon er even door _ hoogstens voor een paar minuten , soms slechts enkele seconden_ dan krijgen de rotsen een gouden schittering. Na alles goed bekeken te hebben keren we terug langs dezelfde weg. De wolken volgen ons en zakken mee. Het is koud. Wanneer we gezakt zijn tot bij onze wagen , wijst de thermometer met moeite 7 graden aan. Hogerop was het nog minder. Gelukkig bevat de wagen naast air-co ook nog verwarming. Wanneer we opnieuw aan de grote weg komen, zit onze wagen volledig onder het stof.
We besluiten Villaflor binnen te rijden en daar eten te zoeken. We laten de eetgelegenheden langs de grote baan voor wat ze zijn en zoeken ons heil rond het oude centrum van Villaflor. Veel keus is er niet. Maar in een klein straatje vinden wij "Bar Hernandez". We krijgen en kamertje apart en na in de kookpotten gesnuffeld te hebben kiezen we voor een dikke stevige groentesoep en een schaperagout. Het is er koud, verwarming had geen luxe geweest, en zelfs een karaf Vino tinto kan ons niet opwarmen, maar het eten smaakt opnieuw voortreffelijk.
Na het eten bekijken wij het prachtige kerkje en het mooie grote plein. Het is dan al vier uur gepasseerd, de kou laat zich niet verdrijven en kruipt steeds dieper in onze kleren, we besluiten af te zakken naar het hotel. De Barrranco zal voor een andere dag zijn. Het is de enige keer dat wij vroeg (rond 5 uur) in het hotel terug zijn. Aan van de vijf zwembaden is er nog namiddagactiviteit bezig. Een sergeante-majoor probeert met luide stem, veel gebaren en loeiharde disco, een gemengde groep hotelgasten tot ritmische bewegingen aan te zetten. Niets voor mij, brrr. De dag kent een normaal einde. |
|